In dit reisverslag vertelt Jenda over haar ervaring om te trainen voor voettocht naar Santiago.
Gitzwart is het wandelpad als we bij de berg aankomen. Ik voel wel aan mijn kuiten dat we omhoog lopen. Maar ik zie het niet. In de verte achter ons branden de lichtjes van het Spaanse dorpje waar we vanochtend vroeg vertrokken. Alles is nog stil, donker, fris en koel.
Straks komt de zon als een vuurrode bal op achter de bergen. Dan wordt het snel te heet om lekker te wandelen. Iedere ochtend staan we daarom vroeg op en starten met lopen voor zonsopgang. Nog maar 540 kilometer te gaan.
Trainen voor voettocht naar Santiago
Dat mijn vriend Roel en ik naar Santiago de Compostella wilden lopen stond vast. Vijftig jaar geleden, in 1971 toen er nog geen gele pijlen op het pad stonden, liep een groep jongeren uit Roosendaal de tocht. Roels moeder was daar één van. Ze haalden de krant. Vijftig jaar later wordt het verhaal nog verteld. Inmiddels is de middeleeuwse pelgrimstocht razend populair en drukbezocht. Wij vonden het tijd om het overnieuw te doen.
Maar hoe bereid je je voor? Ik sportte al bij Roy, IML-gids bij 360° Explore. Tijdens zijn bootcamp wees hij me op het trainingsprogramma dat speciaal is ontwikkeld voor trektochten met rugzak. Iedere 10 dagen twee keer wandelen, trainen van 0 naar 15 kilometer met een rugzak tot 15 kilo. Dat schema was zijn advies en dat werd mijn doel. Een nieuwe corona lockdown hielp: je kon niets meer behalve wandelen.
Dus daar ging ik. Twee maal in de 10 dagen trok ik erop uit met mijn wandelschoenen en oude (grote) backpack. Ik begon met een paar kilo bagage. Daarvoor stopte ik zakjes rijst in mijn tas, opgevuld met een slaapzak voor volume. Een paar weken later werden het grote zakken rijst, of een zak kippenvoer aangevuld met dekens.
Routes kiezen
Routes zijn er in mijn omgeving (rond Apeldoorn) genoeg. Doordeweeks liep ik bij ‘t Leesten een makkelijke route. Met de app Outdooractive zette ik soms mijn eigen trail uit. Soms pakte ik de bus naar Hoenderloo en liep naar huis.
De NS wandeling tussen Zutphen en Deventer deed het goed. Ik liep stukken van het Pieterpad. Toen de lockdown aanhield liepen wij samen met twee vrienden het Veluwe Zwerfpad. Met tent, slaapzak, matje en droogvoer in de tas haalde ik het aantal kilo’s wel.
Op de koelkast streepte ik ondertussen weg wat ik van het wandelschema had gelopen. Het aantal kilometers en bepakkingskilo’s bleven stijgen. De zin in de reis ook! Mijn vriend liep soms mee, maar lang niet altijd. Zijn conditie was goed. En dat bleek ook voldoende.
Voor mij was het schema van de wandeltraining een belangrijke houvast, en onmisbaar in de voorbereiding, zo bleek later. Niet alleen raken je voeten gewend aan het ritme van ver lopen. Ook ken je je eigen pijntjes op den duur. Je weet dat je gewoon moet doorzetten en dat je ‘het er wel uitloopt’. Ze worden je vertrouwd. Je leert de zeurderige stemmetjes kennen in je hoofd als je moe wordt. En je weet dan: doorgaan, ik kan dit.
Schoenen en gear
Met het trainen begon ook het shoppen bij outdoorwinkels. De Zwerfkei, Bever, we werden kind aan huis. We kozen zomerwandelsokken, sandalen, kleding en vooral: een kleinere rugzak. Met een tenttrekking heb je veel meer nodig dan voor Santiago. Ik koos een rugzak van 34 liter (osprey tempest) en die bleek onderweg groot genoeg.
Mijn AB-wandelschoenen bleken ook perfect en qua dikke zool écht wel nodig. Op sommige blogs las ik over wandelen op dunnere trailrunning schoenen. Dat was een ramp geworden met al die kleine stenen en keien waar je dagelijks opstapt. Na de eerste 200 kilometer zijn je voetzolen al bont en blauw.
Wat hielp door de wandeltraining, was dat ik getraind had met 15 kg. De rugzak die ik opdeed voor Santiago was veel kleiner en lichter bepakt. Zo licht als een veertje voelde de 7 kg op mijn rug uiteindelijk.
Bon Camino
Als we eindelijk de trein uitstappen in het bergdorp Jean Pied de Port, kunnen we het haast niet geloven. We zijn er! Na maanden voorbereiden is het zover. De eerste nacht slapen we in een herberg met andere pelgrims. De eerste stempels in ons boekje, als bewijs van waar we gestart zijn.
En dan de eerste wandeldag. Bij het Office Du Tourisme krijgen we een grote schelp die we aan onze tas binden. “Bon Camino!”, roepen voorbijgangers terwijl we richting de Spaanse grens lopen. Even later, als we die grens gepasseerd zijn: “Buen Camino”.
Onderweg komen we de hele dag door andere wandelaars tegen. De meeste hebben goed getraind. Sommigen ook met een schema als dat Roy mij aanraadde. Sommigen hebben zelfs een wandelcoach, die ze af en toe bellen voor morele steun.
Weer anderen hebben de Camino al eerder gelopen en zeggen dat er niet tegenop te trainen is. Mijn vriend blijkt inderdaad gewoon fit van nature en loopt zonder problemen (het is toch oneerlijk verdeeld). Ik ben juist heel blij dat ik me goed voorbereid heb. Zeker met enkele hellingen die we beklimmen.
Dorpjes in de verte
Zoals op deze ochtendwandeling in het donker. Terwijl wij de berg opklimmen begint het licht te worden. Het onverharde pad kleurt grijs, dan geel met een oranje ochtendgloed. In de groene berm glinsteren druppeltjes op spinnenrag. Ik ruik fris kruidig gras, af en toe een vleug wilde tijm of de zoete geur van een vijgenboom die her en der langs de weg staan. We lopen langs lange mierenslierten die in een optochtje van links naar rechts trekken.
Na een korte klim bereiken we de top. Terwijl we uitblazen kijken we uit over de bergkam aan weerszijden van ons. We zien een paar dorpjes in de verte en een enkele pelgrim die nog aan het klimmen is.
Komende weken lopen we verder langs kathedralen, stoffige Spaanse dorpspleinen, eeuwenoude herbergen, uitgestrekte graan plateaus en wijnhuizen van Rioja en Castilië. Paaltjes met gele pijlen en uitgehouwde Sint Jakobsschelpen in huizen geven het pad aan.
Opgezwollen voeten
Onderweg zien we mensen die hun schoenen hebben achtergelaten. Ze gaan op sandalen verder of haken af. Voeten zwellen zeker twee maten op door de hitte. Veel mensen passen hun schoenen niet meer. De gekste blessures zien we ontstaan. Ik heb alleen last van blaren. Iedere avond smeer ik ze in en masseer ik mijn voeten. Spierpijn loop je eruit en merk je na een paar dagen niet meer.
779 kilometer klinkt ver. Vooral als je het allemaal op één hoop gooit. Want eigenlijk is het gewoon iedere dag een stukje wandelen. Gemiddeld lopen we in het begin 20 kilometer per dag. Later wordt dat 25 kilometer, en aan het eind lopen we met gemak 30 kilometer per dag. Dan is het ook een stuk minder warm, wat zeker helpt.
Na vijf weken wandelen, staan we opeens midden in een eucalyptusbos. Verderop ligt het vliegveld. Dan lopen we de laatste helling af en zien Santiago liggen! In het hart van de stad staat de enorme kathedraal. Daar, midden op het plein, leggen we onze tassen af. We zijn er!
Niet lang na de aankomst beginnen we beiden ongemerkt weer te zoeken naar een nieuwe tocht. Wandelen is verslavend. Vooral als je uit je rugzak kan leven en verder niets nodig hebt. Waar we ook heengaan, ik ga zeker weer een wandeltraining doen ter voorbereiding.