Sneeuwschoenwandelen is wandelen in een winters landschap op sneeuwschoenen, ver weg van de drukke pistes. Maar wat is de juiste techniek van het sneeuwschoenwandelen?

De juiste techniek van het sneeuwschoenwandelen

Sneeuwschoenwandelen of sneeuwwandelen is zo simpel, iedereen kan het. Wie kan wandelen kan ook sneeuwwandelen. Het is technisch niet moeilijk zoals skiën. De techniek van het sneeuwschoenwandelen is met professionele hulp zo geleerd. Binnen een half uurtje heb je het al onder de knie.
Dankzij de sneeuwschoenen kun je in de winter op onbereikbare plaatsen komen waar je anders in de winter niet kan komen. Zo kan je intens genieten van de pure natuur. De betovering van het ondergesneeuwde berglandschap, is een van de hoogtepunten van een sneeuwschoenwandelvakantie.
Omdat sneeuwschoenwandelen makkelijker en sneller te leren is dan skiën is sneeuwschoenwandelen een helle mooie alternatief voor het skiën.

Voordat we de techniek van de het sneeuwschoenwandel gaan uitleggen, gaan we eerst uitleggen wat is nu een sneeuwschoen, waar komt het sneeuwschoenwandelen vandaan en de verschillende soorten sneeuwschoenen.

Wat is eigenlijk een sneeuwschoen?

Een sneeuwschoen is een schoeisel dat het makkelijker maakt om door de sneeuw te kunnen wandelen. De sneeuwschoen verspreid het gewicht van de drager over een groter oppervlak, zodat de voeten door de kleinere druk niet wegzakken in de sneeuw. Daarbij gebruik je ook wandelstokken met een grote teller. Wandelstokken gebruik je voor je balans en voor een beter afzet.

Waar komt de sneeuwschoen vandaan?

De sneeuwschoen werd als eerste gebruikt bij de inheemse volkeren (Indianen). In vroegere tijden waren sneeuwschoenen een belangrijk deel van de uitrusting van de jagers, houthakkers en anderen die zich in diepe sneeuw moesten voortbewegen om te overleven.

Verschillende soorten sneeuwschoenen?

Vroeger werden sneeuwschoenen traditioneel gemaakt van loofhout waartussen leren riemen in een raster gespannen werden. Tegenwoordig worden sneeuwschoenen gemaakt van lichtgewichtmateriaal zoals aluminium of kunststof. Je hebt vandaag de dag verschillende soorten sneeuwschoenen voor verschillende inzetbereik. Zo heb je sneeuwschoenen met stijghulp en zonder stijghulp met fijnen tot grove stijgijzers aan de onderkant van de sneeuwschoen, met een aluminium frame of een kunststof frame.
Om te weten welke sneeuwschoen je nodig hebt hangt van de soort tocht af die je gaat maken. Als je over grote sneeuwvlaktes gaat lopen, zonder grote hoogteverschillen, dan heb je een type nodig dat groot en lang is en veel ‘drijfvermogen’ heeft. Maak je een klein rondje, niet al te technisch, dan loop je prima op een allroundtype. Maar ga je langere tochten maken, met technische passages, of veel traverseren, dan heb je alpine sneeuwschoen nodig.

De juiste maat van de sneeuwschoen

Het is belangrijk om de juiste maat van sneeuwschoen te nemen. Met een te kleine sneeuwschoen zak je te diep weg in de sneeuw, heeft dus niet genoeg drijfvermogen met veel verse sneeuw. Dit kost heel veel enige en het is heel vermoeiend lopen. Een te grote sneeuwschoen is weer onhandig bewegen, zeker als het terrein wat moeilijker wordt dan zijn ze te langen en ‘zitten’ ze in de weg.

Techniek van het sneeuwschoenwandelen

De techniek van het sneeuwschoenwandelen is heel makkelijk te leren. Het is in principe het zelfde als “normaal” wandelen. Je moet wel op een aantal punten letten:

1. Het plaatsen van je voeten

Je plaatst je voeten iets breder uit elkaar dan normaal. Je handen en benen bewegen diagonaal van elkaar, dit komt je balans ten goede. Rechter arm linker been en linker arm rechter been. Je wandelt bij het sneeuwschoenwandelen altijd met wandelstokken 

2. Optillen van de sneeuwschoen

Je tilt de sneeuwschoen net genoeg op zodat de achterkant van de sneeuwschoen net nog over de sneeuw sleept. Alleen bij ‘sporen’ in de sneeuw til je de sneeuwschoen helemaal op. Als je de sneeuwschoen onnodig hoog zal optillen dan verspil je onnodige energie.

3. Naar beneden wandelen

Sneeuwschoenwandelen naar beneden is, zeker in verse sneeuw, superleuk om te doen. Neem een actieve houding (niet achterover leunen) en loop in de vallijn naar beneden. Je buigt iets je knieën en probeert je gewicht naar voren, boven je sneeuwschoenen te houden. Daarbij probeer je de belasting te verdelen op je bovenbeenspieren. Je plaatst je wandelstokken voor je en je zoekt ‘grip’ met je sneeuwschoenen.

4. Omhoog wandelen

Bij het omhoog wandelen, wandelen in de ‘normale’ techniek zoals we ook vlak zouden wandelen. Als het terrein wat steiler wordt gaan we ‘zigzaggend’ omhoog, hierbij leg je een mooi zigzagpaadje aan, waarbij het ‘paadje’ niet te steil word. Je kan je stijghulp gebruiken zodra het terrein wat steil wordt. Hierbij ontlast je je kuiten, dit loopt erg prettig.

5. Traverseren

Het oversteken van een berghelling op de zelfde hoogte noem je traverseren. Dit kan op sneeuwschoenen maar vergt wel wat van je techniek en is vermoeiend. In goede sneeuw kan je een spoor maken met je sneeuwschoenen naast elkaar. Als het sneeuw minder goed is, dan zul je je voeten voor en achter elkaar moeten zetten. Hierbij is het balans houden een stuk moeilijker. Als de sneeuw minder goed is zet je je sneeuwschoenen plat op de hellingen en zorg je voor goed grip met je stijgijzers. Je voeten staan dan wel scheef en dat is erg vermoeiend voor je enkels.
Probeer dus niet te veel te traverseren!

Sneeuwschoenwandelen met wandelstokken

Wandelstokken zijn essentieel met sneeuwschoenwandelen. Het is superfijn om de wandelstokken voor ritme en balans te gebruiken. Op een traverse gebruik je de wandelstokken voor balans en zul je de ene wandelstok lager vastpakken dan de ander, om daarmee goed contact met de helling te houden. Als je telescoopstokken hebt kun je ze lager of hoger zetten bij het klimmen of dalen. Als je valt, is het soms lastig om omhoog te komen, zeker in een dikke laag verse sneeuw. Bij het omhoog komen uit de sneeuw kan je ook de prima de wandelstokken gebruiken.