Tijdens deze winterweek trekken we door het hart van de Tuxer Alpen, een minder bekend maar uitzonderlijk mooi berggebied tussen het Zillertal en het Wipptal. Dit is een landschap dat in de winter tot rust komt: brede bergkammen, open hellingen, stille dalen en een indrukwekkend gevoel van ruimte. Perfect voor ontspannen, veilige sneeuwschoentochten met lichte dagrugzakken en volop tijd om te genieten.

We beginnen onze tocht met een prachtige aanloop naar de Rastkogel Hütte (ca. 2100 meter), een fraai gelegen berghut van de Oostenrijkse Alpenvereniging met een weids panorama over de omliggende bergwereld. Hier verblijven we twee nachten. Vanuit de hut maken we dagtochten door het hooggelegen winterlandschap, waaronder een schitterende graatwandeling. De hoogte en ligging zorgen vrijwel altijd voor goede sneeuwcondities, terwijl het terrein uitnodigt tot rustige, niet-technische tochten waarin beleving en veiligheid centraal staan.

Na onze tweede nacht dalen we af en verplaatsen we ons richting het westen. We rijden een kort stuk naar het Wipptal, gelegen tussen Innsbruck en de Brennerpas, waar een nieuwe etappe begint. Een fraaie winterroute brengt ons naar het Meißner Haus (ca. 1700 meter): een gezellige en gastvrije Alpenverein-hut, omringd door bossen, alpenweiden en glooiende bergflanken. Hier verblijven we drie nachten en maken we vanuit de hut diverse dagtochten.

De Tuxer Alpen staan bekend om hun toegankelijkheid en variatie. De bergen zijn minder steil dan in veel andere Alpengebieden, maar zeker niet minder indrukwekkend. Juist in de winter ontstaat hier een serene sfeer waarin je je klein voelt in het landschap, zonder dat de tochten zwaar of technisch worden. Vanuit het Meißner Haus beklimmen we verschillende toppen en uitzichtpunten, telkens met lichte rugzak, en stemmen we onze routes af op weer, sneeuw en de groep.

Deze week draait niet om prestaties, maar om samen onderweg zijn. Om ruimte ervaren, ritme vinden en je laten dragen door het landschap. De avonden in de hut zijn minstens zo waardevol als de tochten zelf: goed eten, warmte, gesprekken en het eenvoudige leven in de bergen.

Op de laatste dag dalen we via een mooie winterroute weer af naar het dal. Met vermoeide benen, frisse wangen en een hoofd vol beelden nemen we afscheid van elkaar — verrijkt door een week waarin alles even teruggebracht werd tot wat echt telt.